Elon Musk: De man die de toekomst bouwt

Al jaren volg ik met grote bewondering het werk van Elon Musk. Niet omdat hij een van de rijkste mensen ter wereld is, maar omdat hij op een unieke manier brede én diepe innovatie combineert. Hij bouwt niet één, maar bijna tien winstgevende bedrijven die stuk voor stuk de mensheid vooruithelpen. Zijn drijfveer lijkt niet zozeer controle of korte-termijnwinst, maar de vrijheid, ontwikkeling en het langetermijn-voortbestaan van onze soort.

Een visie die groter is dan winst

Terwijl veel tech-ondernemers zich richten op het maximaliseren van advertentie-inkomsten of het versterken van hun machtspositie, denkt Elon in planetaire schaal. Hij bouwt systemen die de mensheid multiplanetair moeten maken, duurzame energie overal toegankelijk moeten maken en ons moeten beschermen tegen existentiële risico’s.

Enkele concrete voorbeelden van wat hij al heeft bereikt:

  • SpaceX heeft ruimtevaart tientallen keren goedkoper gemaakt, waardoor lanceringen routine worden in plaats van zeldzame evenementen.
  • Neuralink ontwikkelt hersen-computer interfaces die op termijn ernstige medische beperkingen kunnen overwinnen.
  • Tesla brengt echte Full Self-Driving (FSD) dichterbij en toont dat elektrische auto’s superieur kunnen zijn.
  • X (voorheen Twitter) streeft naar een bijna censuurvrij platform waar ideeën vrij kunnen circuleren.
  • Grok bouwt aan een waarheidszoekende AI die niet bang is voor lastige vragen.
  • The Boring Company maakt tunnels tegen ongekend lage kosten.
  • Starlink brengt snel internet naar de meest afgelegen plekken op aarde via satellieten.

En de komende jaren komen er nog veel grotere stappen:

  • Optimus robots die fysiek werk overnemen
  • Robotaxi’s die mobiliteit betaalbaarder en veiliger maken
  • De Electric Semi voor duurzaam vrachtvervoer
  • Directe satelliet-naar-telefoon verbindingen

Wat Elon écht anders maakt

Elon onderscheidt zich van de gemiddelde “Tech Bro”. Waar velen focussen op snelle exits, hype en controle, past hij zijn hele leven aan op het behalen van resultaat. Hij slaapt regelmatig op de fabrieksvloer, werkt nachten en weekenden door en verplaatst zich continu van de grootste bottleneck naar de volgende. Hij is intens betrokken bij alle bedrijven en denkt mee op elk niveau.

Deze volledige toewijding, gecombineerd met een langetermijnvisie op de toekomst van de mensheid, maakt hem uniek. Hij maximaliseert niet de controle over gebruikers, maar de mogelijkheden van de mens.

Mijn eigen reis naar de bron

Om deze innovatie van dichtbij te ervaren, ga ik samen met mijn broer een bijzondere roadtrip maken door de Verenigde Staten. We bezoeken de belangrijkste fabrieken in Californië, Texas en Arizona, en natuurlijk Starbase – het lanceerplatform van SpaceX in Boca Chica, Texas. Ik kijk ernaar uit om de plekken te zien waar deze toekomst letterlijk wordt gebouwd. Het is één ding om de nieuwsberichten te volgen. Het is iets heel anders om de energie op die locaties zelf te voelen.

Waarom dit ertoe doet

In een wereld vol korte-termijndenken en voorzichtigheid is Elon Musk een zeldzaam voorbeeld van iemand die grote, gedurfde doelen durft na te jagen. Of je het nu volledig met hem eens bent of niet, zijn aanpak dwingt respect af. Hij laat zien dat het mogelijk is om immense complexiteit aan te pakken en toch vooruitgang te boeken – niet voor zichzelf, maar voor ons allemaal.

Lees verder »

Tijd en Euro’s horen samen in één getal

Voor procesoptimalisatie bestaat een simpel concept dat de manier waarop we prestaties meten fundamenteel verbetert: Dollardays, ofwel Eurodays. Dit biedt een slimme kijk op hoe we vertragingen en hun financiële gevolgen kunnen aanpakken. Het combineert de impact van vertragingen met hun financiële gevolgen. Het concept meet niet alleen hoe lang een vertraging duurt (tijd), noch alleen de directe of variabele kosten (euro’s), maar vermenigvuldigt deze twee factoren om een samengestelde metric te creëren: Eurodays, simpelweg:

  • Eurodays = Vertraging (in dagen) × Waarde van de vertraagde goederen (in euro’s).

Stel, een machine in een maakbedrijf veroorzaakt door haar buffer en bewerking een ‘vertraging’ van 5 dagen voor een batch producten met waarde van €10.000. Als het een bottleneck is, nemen de hele verkoopwaarde omdat de fabricage van het eindproduct volledig afhangt van dit onderdeel. De Eurodays-waarde is dan 5 × €10.000 = €50.000 Eurodays. Deze metric geeft dus een holistische weergave van de “pijn” die een bottleneck veroorzaakt, zowel in termen van tijd als geld.

Dit helpt je om prioriteiten stellen bij het beheren van knelpunten. In plaats van te focussen op willekeurige vertragingen of kostenbesparingen, richt het zich op de gebieden waar de combinatie van tijd en waarde de grootste schade aanricht aan de totale output.

De meeste bedrijven meten prestaties vaak op basis van tijd (bijv. doorlooptijd) of kosten (bijv. besparingen). Maar beide benaderingen missen cruciale inzichten:

  1. Tijd alleen is misleidend
    Alleen focussen op het verkorten van doorlooptijd negeert de waarde van wat wordt vertraagd. Een vertraging van 5 dagen voor een goedkope batch lijkt ernstig, maar als de waarde laag is, is de impact beperkt.
  2. Euro’s alleen missen context
    Kostenbesparingen of omzetverlies meten zonder tijdelijke dimensie kan leiden tot verkeerde prioriteiten. Een besparing van €10.000 klinkt mooi, maar als die besparing een vertraging van 10 dagen veroorzaakt voor €50.000 aan productie, is het netto-effect negatief.
  3. Holistische systeembenadering
    Eurodays biedt een completer beeld van waar interventies het meest rendement opleveren door tijd en waarde te integreren. Dit overstijgt de gevaren van lokale optimalisatie die gewone tijd- of eurometrieken juist aanmoedigen!
  4. Motivatie voor actie
    Een Eurodays-score van €100.000 schreeuwt om aandacht, terwijl een abstracte vertraging van 5 dagen of een kostenpost van €20.000 minder urgent aanvoelt. Het maakt de financiële pijn tastbaar, wat teams motiveert om snel en effectief te handelen.

Deze metric is flexibel. Het kan worden toegepast in productie, projectmanagement, en supply chain-optimalisatie. In een wereld waar markten snel veranderen en kansen krimpen, biedt het een dynamische manier om knelpunten te beheren en de bottom line te beschermen.

Aanbeveling

Voor maakbedrijven en andere organisaties is het tijd om af te stappen van het eenzijdige nastreven van tijd of euro’s. Het Dollar- of Eurodays-concept biedt een slimme, meer geïntegreerde manier om knelpunten te meten en aan te pakken. Zo prioriteer je effectief, maximaliseer je output en bouw je een sterker, veerkrachtiger systeem. Dit is overigens slechts een van de zeer krachtige tools van de Theory of Constraints (#ToC).

Lees verder »

Time-to-Market maakt of breekt de Business Case

Voor maakbedrijven die hun eigen producten ontwerpen, is productontwikkeling niet alleen een technisch proces, maar een strategische race. In een wereld waar technologieën razendsnel evolueren en concurrenten op de loer liggen, is snelheid – de tijd van idee tot marktintroductie – vaak de doorslaggevende factor voor succes. Eliyahu Goldratt, grondlegger van de Theory of Constraints (TOC), benadrukte dat het sneller opleveren van nieuwe producten cruciaal is om de window-of-opportunity te benutten en de business case te versterken. In deze blog leg ik uit waarom maakbedrijven die zelf ontwerpen hun focus moeten verleggen naar snelheid, en waarom traditionele financiële methoden zoals de Discounted Cash Flow (DCF) of Netto Contante Waarde (NCW) vaak tekortschieten in deze dynamische context.

De Window-of-Opportunity: Snelheid als Concurrentievoordeel

Goldratt wees erop dat elk nieuw product een beperkte window-of-opportunity heeft – de periode waarin het maximale marktimpact kan hebben voordat concurrenten reageren of alternatieve technologieën de markt overnemen. Voor maakbedrijven, die vaak investeren in complexe ontwerpen en productielijnen, is het benutten van deze window essentieel. Een product dat zes maanden eerder op de markt komt, kan:

  • Groter marktaandeel veroveren: De eerste speler in de markt wint vaak klantloyaliteit en een dominante positie.
  • Hogere marges behalen: Een uniek product kan premium prijzen vragen voordat prijsconcurrentie begint.
  • Merkwaarde versterken: Vroege introductie positioneert je als innovator, wat langdurige voordelen oplevert.

Maar vertragingen – door bottlenecks in ontwerp, productie of resourceplanning – kunnen deze window doen krimpen of zelfs sluiten. Goldratt illustreerde dit in Necessary But Not Sufficient: een technologiebedrijf dat te laat levert, kan 70% van de verwachte omzet mislopen omdat concurrenten de markt al hebben ingenomen. Voor maakbedrijven betekent dit dat een vertraagde introductie van een nieuw product niet alleen omzet kost, maar ook de business case ondergraaft door gemiste kansen en hogere marketingkosten om marktaandeel terug te winnen.

Critical Chain Project Management: De Sleutel tot Snelheid

Hoe zorg je ervoor dat je als maakbedrijf sneller levert? Goldratt biedt een krachtige oplossing met Critical Chain Project Management (CCPM), een TOC-methode die specifiek is ontworpen om projectdoorlooptijden te verkorten. CCPM richt zich op:

  • Identificeren van de kritieke keten: De langste reeks afhankelijke taken, rekening houdend met resourcebeperkingen, bepaalt de projectduur.
  • Elimineren van multitasking: Door resources te focussen op één taak tegelijk, voorkom je inefficiëntie en versnelling.
  • Strategisch bufferbeheer: Buffers (project-, feeding- en resourcebuffers) vangen onzekerheden op, terwijl de voortgang wordt gemonitord via bufferconsumptie (groen, geel, rood).

Goldratt toonde aan dat CCPM de ontwikkeltijd vaak met 25-50% kan verkorten. Voor maakbedrijven betekent dit dat een nieuw product – zoals een innovatieve machine of een geavanceerd consumentenproduct – sneller van ontwerp naar productie naar klant kan gaan, precies binnen de window-of-opportunity.

De Fout van DCF/NCW: Een Statische Blik op een Dynamische Markt

Veel maakbedrijven vertrouwen op de Discounted Cash Flow (DCF) of Netto Contante Waarde (NCW) methode om de business case voor productontwikkeling te evalueren. Hoewel deze methode nuttig is om toekomstige kasstromen te verdisconteren naar hun huidige waarde, heeft ze ernstige tekortkomingen in dynamische markten. Hier is waarom DCF/NCW vaak misleidt:

  1. Houdt Geen rekening met concurrenten
  2. Negeert concurrerende technologieën
  3. Onderschatting van opportunity costs
  4. Statische aannames over tijd

Kortom, het is een statisch instrument dat de dynamiek van snelheid en concurrentie negeert, waardoor maakbedrijven risico’s nemen op basis van onrealistische aannames. Dit kan leiden tot verkeerde prioriteiten, zoals kostenbesparing boven snelheid, wat de business case verzwakt.

Een Betere Aanpak: Throughput Accounting en Snelheid

Goldratt pleitte voor Throughput Accounting als alternatief voor traditionele financiële methoden. Deze TOC-aanpak meet prestaties op basis van:

  • Throughput: De snelheid waarmee je geld genereert door verkoop.
  • Investeringen: Geld vast in het systeem (bijv. voorraad of ontwikkelkosten).
  • Operationele kosten: Kosten om throughput te genereren.

Bijvoorbeeld: Stel dat een maakbedrijf een nieuw type industriële pomp ontwikkelt. Met CCPM kan het de ontwikkeltijd verkorten van 18 naar 12 maanden, waardoor het product binnen de window-of-opportunity wordt gelanceerd. Dit leidt tot 6 maanden extra verkoop, hogere marges (door een premium prijs), en een sterker marktaandeel. Throughput Accounting kwantificeert deze voordelen, terwijl DCF/NCW ze waarschijnlijk zou onderschatten door de focus op lange-termijn kasstromen.

Conclusie: Snelheid is de Nieuwe Standaard

Voor bedrijven die hun eigen producten ontwerpen, is snelheid geen luxe, maar een noodzaak. De window-of-opportunity is kort, en de kosten van vertragingen zijn enorm – niet alleen in gemiste omzet, maar ook in verloren concurrentievoordeel. Traditionele methoden zoals DCF/NCW falen in het vastleggen van deze dynamiek, omdat ze concurrenten, concurrerende technologieën en de waarde van snelheid negeren. Door Goldratts Critical Chain Project Management en Throughput Accounting te omarmen, kunnen bedrijven hun time-to-market verkorten, hun business case versterken, en de markt voor blijven.

Lees verder »

Valse tegenstellingen doorbreken voor betere resultaten

In de wereld van productie en projectmanagement lijken sommige tegenstellingen onvermijdelijk: kosten verlagen gaat ten koste van kwaliteit, en sneller leveren brengt instabiliteit met zich mee. Dit soort dilemma’s dwingt managers vaak tot pijnlijke keuzes. Maar zijn deze tegenstellingen wel zo onoplosbaar als ze lijken? Zowel de Theory of Constraints (TOC) van Eliyahu Goldratt als de LEAN-filosofie, geworteld in het Toyota Productie Systeem van Taiichi Ohno, suggereren van niet. Door aannames te doorbreken, bieden deze methodes een derde weg die beide doelen kan verenigen. Laten we twee veelvoorkomende valse tegenstellingen bekijken en onderzoeken hoe LEAN en TOC ze aanpakken.

Kosten verlagen versus kwaliteit verhogen: Een schijnbare tegenstelling

Een van de meest voorkomende dilemma’s in productie is de spanning tussen kosten en kwaliteit. Het idee dat je moet kiezen tussen lage kosten en hoge kwaliteit is diepgeworteld. Meer investeren in kwaliteitscontroles of betere materialen lijkt onvermijdelijk duurder, terwijl kostenbesparing vaak gepaard gaat met bezuinigingen die de kwaliteit schaden. Toch laten LEAN en TOC zien dat dit conflict vaak voortkomt uit een verkeerde aanname.

LEAN begint met een focus op waarde voor de klant en het elimineren van verspilling. Stel dat een fabriek kampt met een defectpercentage van 10%, wat leidt tot hoge herstelkosten en ontevreden klanten. De traditionele oplossing – meer kwaliteitscontroles toevoegen – verhoogt de kosten. LEAN draait dit om: defecten zijn een vorm van verspilling. Door de oorzaak van defecten aan te pakken, bijvoorbeeld met foutpreventie (Poka-Yoke) of betere training, kun je defecten verminderen. Dit verlaagt niet alleen de kosten van herstel, maar verhoogt ook de kwaliteit – zonder extra uitgaven.

TOC voegt een systemische lens toe. Vaak liggen defecten aan een bottleneck in het productieproces, zoals een overbelaste machine die fouten veroorzaakt. Goldratt’s aanpak is om deze constraint te identificeren en te optimaliseren, bijvoorbeeld door de workflow te herstructureren of een extra machine in te zetten. Het resultaat is een betere doorstroom en hogere kwaliteit, zonder dat de kosten stijgen. De aanname dat kwaliteit altijd duurder is, blijkt niet te kloppen.

Een fabriek die deze principes combineert, kan bijvoorbeeld haar defecten halveren, tienduizenden euro’s aan herstelkosten besparen en tegelijkertijd betere klantbeoordelingen krijgen. Dit toont aan dat kosten en kwaliteit niet altijd in conflict hoeven te zijn – een derde weg is mogelijk.

Snelheid versus stabiliteit: Harmonie door flow en focus

Een ander veelvoorkomend dilemma is de spanning tussen snelle levering en stabiele productie. Klanten eisen korte levertijden, maar haasten leidt vaak tot fouten, chaos en defecten. Managers voelen zich gedwongen te kiezen: snelheid ten koste van stabiliteit, of stabiliteit ten koste van snelheid. Ook hier laten LEAN en TOC zien dat dit een valse tegenstelling is.

LEAN benadrukt het belang van flow en een pull-systeem. In een traditioneel push-systeem produceert een fabriek zoveel mogelijk om “snel te zijn,” wat leidt tot overproductie, hoge voorraden en fouten door haast. LEAN’s oplossing is een Kanban-systeem, waarbij je alleen produceert wat de klant vraagt. Dit creëert een vloeiende workflow: de doorlooptijden worden korter (snellere levering), terwijl de productie stabieler wordt (minder chaos, minder defecten). De aanname dat snelheid altijd ten koste gaat van stabiliteit wordt ontkracht.

TOC richt zich op de bottleneck van het systeem. Stel dat de vertraging in de fabriek wordt veroorzaakt door een overbelaste machine. Goldratt adviseert om deze constraint te beschermen met een buffer en prioriteit te geven aan de kritische keten (Critical Chain). Door de bottleneck efficiënter te plannen, kun je de doorlooptijd verkorten zonder stabiliteit op te offeren. Een fabriek die deze aanpak toepast, kan bijvoorbeeld haar levertijden verkorten van 10 naar 7 dagen en tegelijkertijd het aantal defecten met 30% verminderen.

Reflectie: De kracht van aannames doorbreken

Wat deze voorbeelden laten zien, is dat veel tegenstellingen in organisaties niet zo onoplosbaar zijn als ze lijken. Zowel LEAN als TOC benadrukken dat schijnbare dilemma’s vaak voortkomen uit aannames – aannames die we zelden expliciet onderzoeken. LEAN doet dit door verspilling te elimineren en waarde centraal te stellen; TOC door het systeem als geheel te analyseren en te focussen op de beperkende factor. Samen bieden ze een krachtige manier om een derde weg te vinden, waarbij compromissen niet nodig zijn.

Dit vraagt wel om een andere manier van denken. In plaats van te accepteren dat we moeten kiezen tussen twee kwaden, dagen LEAN en TOC ons uit om dieper te graven: welke aannames houden dit conflict in stand, en hoe kunnen we ze doorbreken? Het antwoord ligt vaak in het optimaliseren van processen, het elimineren van inefficiënties, en het herdefiniëren van wat we als “onmogelijk” beschouwen. En het begint met de overtuiging en het vertrouwen dat het dilemma kan worden opgelost: in de natuur bestaan namelijk geen tegenstellingen.

Lees verder »

Briljante inzichten van Goldratt geven projectmanagement een turbo-boost

Eliyahu Goldratt heeft met de Theory of Constraints (TOC) en zijn boek ‘De zwakste schakel’ het projectmanagement eigenlijk opnieuw uitgevonden. Zijn Critical Chain Project Management (CCPM) biedt inzichten die traditionele methodes op hun kop zetten. Twee briljante voorbeelden laten zien waarom CCPM zoveel efficiënter is – en waarom jouw projecten sneller kunnen.

Inzicht 1: De valkuil van 90% slagingskans

Traditioneel schatten we projectonderdelen in met een 90% slagingskans. Dat lijkt veilig, maar het is een ramp. Waarom? De doorlooptijd bij een 90% kans is vaak meer dan het dubbele van de 50% kans. Technisch: de waarschijnlijkheidscurve van doorlooptijden heeft een vroege piek en een lange staart – het gemiddelde is veel groter dan de meest voorkomende uitkomst. Alle vertragingen (en die zijn er altijd: technisch, logistiek, menselijk) tellen op, en meevallers worden niet benut.

Conclusie: Een bottom-up tijdsplanning zit vol onnodige ruimte. Goldratt’s oplossing? Schat taken in op 50% slagingskans (bijvoorbeeld 5 in plaats van 10 dagen) en stop de vrijgekomen tijd in een gezamenlijke projectbuffer. Alle projectondedelen worden alleen bewaakt op duur, niet op deadline. Waarom is dit briljant? Bij normaal verloop en bij een meevaller kunnen opvolgende taken eerder starten, wat de totale doorlooptijd drastisch verkort. Geen verspilde buffers meer, maar een slimme, gedeelde buffer die het hele project beschermt. Goldratt pakt zo meteen ook het Student’s Syndrome (de start uitstellen tot het echt niet meer kan) en Parkinson’s Law (werk vult altijd al de beschikbare tijd) aan.

Inzicht 2: Multitasking is een efficiency-killer

Multitasking wordt vaak geprezen als efficiënt, maar Goldratt laat zien dat het een groot probleem is. Stel, Dirk de ontwerper werkt aan drie projecten – A, B en C – die elk 10 mandagen duren. Bij multitasking (alles parallel) werkt Dirk een beetje aan A, dan B, dan C, en herhaalt dit. Met een capaciteit van 1 persoon duurt het 30 dagen voordat alle projecten klaar zijn – en dat is zonder de schade van het schakelen (contextverlies, fouten). Realistischer? 40 dagen, door inefficiënties.

Nu zonder multitasking: Dirk doet eerst A volledig (10 dagen), dan B (20 dagen), en dan C (30 dagen). Wat gebeurt er? A is na 10 dagen klaar – collega’s kunnen al verder. B is na 20 dagen klaar, en C na 30 dagen. Drie keer winst: eerdere oplevering, minder chaos, en collega’s kunnen sneller door. Multitasking vertraagt alles; focus versnelt.

CCPM: projectmanagement on stereoids

Dit zijn slechts twee van de vele inzichten in CCPM. Het resultaat? Véél kortere doorlooptijden, betere samenwerking, en projecten die op tijd – of zelfs eerder – klaar zijn. Applaus voor Goldratt!

Lees verder »

Perverse prikkels

Eliyahu Goldratt, de geestelijk vader van de Theory of Constraints, zei ooit: “Tell me how you measure me, and I will tell you how I behave.” Ofwel: onze manier van meten bepaalt het gedrag van mensen. Mensen zijn emotioneel én pragmatisch – en zeker niet gek. Die twee drijfveren botsen vaak: emotioneel willen we het beste, maar pragmatisch kiezen we voor wat werkt binnen het systeem. Verkeerd gedrag? Dat is de schuld van de leider, of in bredere zin van de systemen die we ontwerpen. Verkeerde informatie en verkeerde meetmethoden en beloningen leiden tot perverse prikkels. En nergens zien we dit zo duidelijk als bij subsidies – vooral bij semi-overheidsinstellingen en ngo’s.

Meten dwingt pragmatisme boven emotie

Goldratt’s uitspraak legt de kern bloot: meten stuurt gedrag, vaak tegen onze emotionele intenties in. Stel, een bedrijf meet productiviteit door gewerkte uren. Emotioneel willen medewerkers excelleren en waarde toevoegen, maar pragmatisch blijven ze langer op kantoor – zelfs als ze niet productief zijn – omdat ze weten dat uren tellen, niet resultaat. De meting wint met inefficiëntie en frustratie als gevolg.

Dit conflict speelt ook op macroniveau. Overheden en subsidieverstrekkers willen impact meten, vaak tot in detail. Denk aan een subsidie voor duurzame innovatie: de aanvrager moet exact rapporteren hoeveel CO2 wordt bespaard, hoeveel banen worden gecreëerd, en welke mijlpalen binnen drie maanden worden gehaald. Dit lijkt logisch, maar het creëert perverse prikkels.

Subsidies: Vooral semi-overheid en ngo’s buigen mee

Subsidieverstrekkers eisen gedetailleerde rapportages omdat ze houvast zoeken. Maar per definitie weet de overheid niet wat écht goed is voor de wereld. Innovatie gedijt op vrijheid, niet op micromanagement. Door te meten dwingt de overheid organisaties om pragmatisch te handelen, ten koste van hun drive om te innoveren. Dit gedrag zien we vooral bij semi-overheidsinstellingen zoals kennisinstellingen en bij ngo’s. Zij passen zich vaak aan de hoepels van de subsidieverstrekker aan, omdat hun financiering en bestaansrecht hiervan afhangen.

Bijvoorbeeld: een universiteit krijgt een subsidie voor een onderzoeksproject, maar moet elk kwartaal rapporteren over “meetbare vooruitgang”. Het team wil grensverleggende kennis ontwikkelen, maar pragmatisch kiezen ze voor quick wins die goed scoren in de rapportage – zoals een publicatie die nét aan de eisen voldoet – in plaats van te investeren in diepgaander, risicovoller onderzoek. Ngo’s doen hetzelfde: zij richten hun projecten in op wat meetbaar is, bijvoorbeeld aantal mensen bereikt, niet op wat de grootste impact heeft.

Mkb-bedrijven daarentegen bieden vaak weerstand. Zij willen niet buigen naar de bureaucratische eisen van subsidieverstrekkers. Een kleine ondernemer die een innovatiesubsidie aanvraagt, haakt soms af als de rapportagelast te zwaar wordt. Liever behouden ze hun vrijheid en zoeken ze andere financiering, dan dat ze hun drive om te ondernemen en innoveren laten verstikken door pragmatische aanpassing.

Wat moeten we dan wel doen?

De overheid zou juist niet zoveel moeten willen meten. Innovatie en maatschappelijke vooruitgang vragen om vertrouwen, niet om bureaucratie. In plaats van organisaties te dwingen om te rapporteren over meetbare outputs, zou de focus moeten liggen op het creëren van een omgeving waarin ondernemers en instellingen vrij kunnen experimenteren – waar passie en pragmatisme in balans zijn. Geef subsidies met minimale voorwaarden, en laat organisaties zelf bepalen hoe ze waarde toevoegen. Doe een open ‘beauty contest’ voor mooie ideeën zonder vooraf eisen te stellen. Ja, dat voelt risicovol – maar echte vooruitgang komt uit risico, niet uit controle.

Zijn alle subsidies perverse prikkels?

Subsidies zijn bedoeld om goed te doen, maar door hun focus op beheersen, meten en controleren creëren ze ongewenst gedrag. Vooral kennisinstellingen en ngo’s worden pragmatici, terwijl mkb’ers vaak afhaken. Goldratt’s inzicht – meten stuurt gedrag – laat zien dat dit geen toeval is, maar een systeemfout. Ronald Reagan zei ooit: “The nine most terrifying words in the English language are: ‘I’m from the government, and I’m here to help.’” Dus, een prikkelende vraag om mee af te sluiten: zijn alle subsidies met resultaatsverwachting eigenlijk geen perverse prikkels?

Lees verder »

De vorm van je proces: herken jij jouw organisatie?

Elke organisatie heeft een unieke manier van werken. De stroom van goederen of informatie verschilt, maar toch zijn er patronen te herkennen. Deze patronen kun je zien als modellen, vaak benoemd met een letter die de vorm van het proces weergeeft: van grondstoffen of activiteiten (onderaan) naar eindproducten of diensten (bovenaan). Zo’n classificatie helpt om een gesprek met elkaar aan te knopen, en van elkaar te leren.

De waarheid over organisaties

In elke organisatie zijn handelingen van elkaar afhankelijk en moeten in een bepaalde volgorde gebeuren. Daarnaast fluctueert de doorlooptijd – met mensen uiteraard, maar zelfs met robots. Wiskundig gezien leidt dat altijd tot een doorvoer die lager is dan het mogelijke gemiddelde, ook al wordt daar hardnekkig op gepland. Hoe kan dat? Het klinkt vreemd. Je zou denken dat een latere stap vertraging kan goedmaken, maar nee: verstoringen worden doorgegeven in de keten. Opvolgende stappen kunnen niet compenseren, omdat ze afhankelijk zijn van de ‘stapel’ die de vorige stap aanlevert.

En dan is er nog de zwakste schakel – de bottleneck – die het tempo bepaalt, voor alles. Al werkt een schakel naast, voor of na een bottleneck nog zo snel, het geheel kan niet sneller dan de snelheid van de bottleneck opleveren.

Bekende vormen: I, V, A en T

We noemen de vier generieke procesvormen naar een letter. De I-vorm is het meest simpel: een rechte lijn van begin tot eind, met stappen netjes achter elkaar. Maar er zijn ook complexere vormen, zoals de V, A en T, elk met hun eigen dynamiek en uitdagingen. Laten we ze kort bekijken.

  • V-vorm: Eén input, veel outputs (bijv. metallurgie, datacenters). Uitdaging: voorraden en lange omsteltijden.
  • A-vorm: Veel inputs, weinig outputs (bijv. auto-industrie, software). Uitdaging: complexe stromen en lage bezetting.
  • T-vorm: Standaard met maatwerk (bijv. e-commerce, verzekeraars). Uitdaging: voorraden en wisselende leverprestaties.

Wat herken jij?

Welke vorm past bij jouw organisatie? En hoe manage jij je organisatie en knelpunten? Ik ben benieuwd naar je ervaringen en inzichten.

Lees verder »

TOC kan ook scholen helpen

Non-profitorganisaties staan voor de uitdaging om met beperkte middelen maximale impact te maken. Hun “product” is geen tastbaar goed, maar een dienst – bijvoorbeeld opleiding, training, hulp, advies. In het geval van een school is dat onderwijs dat leerlingen voorbereidt op de toekomst. Daarbij kunnen bewezen principes uit de bedrijfswereld, zoals de Theory of Constraints (TOC), een verschil maken. TOC richt zich op het identificeren en aanpakken van knelpunten om de prestaties van een systeem te verbeteren. En gaat in tegen veel bestaande inzichten.

Wat is de Theory of Constraints?

TOC is een managementfilosofie die uitgaat van de wiskundige wetmatigheid dat elk systeem met afhankelijkheden, hoe ingewikkeld ook, wordt beperkt door één of een paar knelpunten (constraints of bottleneck). Door deze knelpunten te identificeren en te elimineren, kan de totale doorstroom en dus de output van het systeem significant toenemen. In het voorbeeld van een school kan dit knelpunt van alles zijn, en voor elke school ook weer anders: teveel overhead, een te krap rooster, te weinig lokalen, een tekort aan docenten, of een inefficiënte klassenindeling. Het doel van TOC is simpel: maximaliseer de doorstroom door het systeem door je te focussen op wat het tegenhoudt. Focus op flow.

En het doel moet helder worden geformuleerd, zodat er geen misverstand is over wat we proberen te bereiken. In een school kan het doel worden gedefinieerd als de kwaliteit en kwantiteit van geleverde afgestudeerden, in een zo kort mogelijke tijd. En dat natuurlijk tegen zo laag mogelijke operationele kosten, en zo min mogelijk vastgezet kapitaal, bijvoorbeeld in gebouwen.

Voor een non-profit is TOC aantrekkelijk omdat het geen dure investeringen vereist, maar slechts een verandering in mindset en focus. Het helpt om middelen effectiever in te zetten, wat aansluit bij de realiteit van een non-profit. Bovendien is het flexibel: TOC kan worden toegepast op kleine schaal (één klas) of schoolbreed.

Uitdagingen

TOC implementeren in een organisatie is niet zonder obstakels. Veranderingen kunnen weerstand oproepen bij beheerders die gewend zijn aan oude vuistregels, zoals maximale bezetting (bij een school volle klassen) of een eenzijdige focus op kostenbeheersing terwijl de opbrengsten daardoor in gevaar komt.

Dit kan worden aangepakt door mensen te betrekken in het denkproces en te starten met een pilot en de resultaten te meten. Als de gewenste effecten inderdaad komen, wordt het makkelijker om draagvlak te creëren voor bredere toepassing.

Lees verder »

Prestaties beter meten voor meer rendement

De Theory of Constraints (TOC), ontwikkeld door Eliyahu Goldratt, is een ijzersterke managementfilosofie die zich richt op het aanpakken van beperkingen om een bedrijf met sprongen effectiever te maken. In plaats van te focussen op efficiëntie – het gebruiken van zo min mogelijk middelen – draait TOC om effectiviteit: het behalen van maximale resultaten. En dat geeft veel meer rendement!

Helaas zit efficiency zo diep in ons management-denken dat de eenvoud van de TOC-benadering meteen de barrière is: ‘zo simpel kan het toch niet zijn? Dan hadden we dat allang gedaan.’ Maar zo simpel is het gelukkig wel. Het vraagt evenwel een paradigma-veranderingen en het durven om zaken opnieuw te bekijken en administreren. Hier beschrijf ik de manier van het doen van de financiële boekhouding, die simpeler is dan de gebruikelijke manier, rechtlijniger, en je helpt om sneller je rendement te verbeteren dan met efficiency.

De prestaties van een organisatie moeten worden gemeten met drie precies afgebakende kernmaatstaven in Euro’s: doorvoer, operationele kosten en voorraad, die in definitie net afwijken van wat er doorgaans wordt gebruikt.

  1. Doorvoer (Throughput [T])
    Doorvoer is de snelheid waarmee een bedrijf geld verdient door de levering van producten of diensten. NB: Het gaat hier niet om wat er geproduceerd wordt, al ligt het klaar voor verkoop in een magazijn, maar om wat daadwerkelijk inkomen genereert en afgenomen wordt. Dat is de enige levensader van een organisatie.
    Formule:
    Doorvoer = Verkoopopbrengsten – Totale variabele kosten
    Hierbij zijn variabele kosten alleen die direct aan het product zijn toe te rekenen, bijvoorbeeld grondstoffen. Niet machines, niet personeel in vaste dienst.
  2. Voorraad [Inventory, I]
    Voorraad is dat was vastzit in het bedrijf en omgezet kan worden in Doorvoer. Dit getal meet het kapitaal dat vastzit in het systeem, zoals voorraden, grondstoffen, maar ook machines of andere activa. Het doel is om deze voorraad te minimaliseren, maar alleen als dat de Doorvoer niet in gevaar brengt.
    Formule:
    Voorraad = Totale waarde van voorraad + kapitaal in activa
  3. Operationele kosten (Operating Expense [OE])
    Dit zijn alle kosten die nodig zijn om het systeem draaiende te houden en zo de Voorraad om te zetten in Doorvoer (omzet), zoals personeel, huur, nutsvoorzieningen en onderhoud. Dit zijn vaak vaste kosten. NB: TOC rekent dus niet een deel van arbeid toe aan een product. TOC streeft ernaar deze kosten te beheersen, maar altijd met het oog op het maximaliseren van de doorvoer – niet blind kosten snijden.
    Formule:
    Operationele kosten = Som van alle vaste kosten over een periode

De winstgevendheid over een periode wordt nu berekend als:
4. Netto winst = Doorvoer – Operationele kosten, of Netto Winst = T – OE
En de return on investment (ROI) als:
5. ROI = (Doorvoer – Operationele kosten) / Investeringen

Effectiviteit in actie

Met slechts deze vijf maatstaven biedt TOC een helder kader om de gezondheid van een organisatie te beoordelen. Door te blijven focussen op deze elementen, kun je de zwakke schakels identificeren en aanpakken. Het resultaat is een systeem dat vooral effectief is: meer waarde, én minder verspilling – zo efficiënt als het maar kan – én een duidelijke weg naar groei.

Lees verder »

De mythe van de drukke, efficiënte organisatie

In Nederland zien we veel organisaties die vertrouwen op LEAN om hun productiviteit te verbeteren. Het idee is simpel: snijd in de kosten, elimineer ‘waste’, en zorg dat iedereen altijd aan het werk is. Als idee klinkt het fantastisch. Maar in de praktijk? Vaak een ramp. Omdat een gefragmenteerde aanpak zonder samenhangende strategie eerder de flow verstoort dan verbetert. Het resultaat: suboptimale prestaties, gefrustreerde medewerkers en een organisatie die denkt dat ze efficiënt is, terwijl ze eigenlijk kansen laat liggen.

De valkuil van lokale optimalisatie

Stel je voor: een organisatie zet verschillende LEAN-teams in om overal ‘verspilling’ aan te pakken. Het ene team haalt een voorraad weg, het andere team zorgt dat iemand ‘redundant’ kan worden gemaakt, en weer een ander team zorgt dat een machine kan worden weggehaald. Klinkt efficiënt, toch? Totdat je beseft dat die buffervoorraad misschien cruciaal was om pieken op te vangen, en dat een team of machine die altijd op 100% draait geen ruimte heeft voor onverwachte problemen. Het gevolg? De totale doorstroom – de ‘flow’ – van de organisatie gaat eerst horten en stoten, en daalt dan, terwijl iedereen het gevoel heeft goed bezig te zijn.

Dit is de mythe van de volledig bezette, drukke organisatie. We hebben geleerd te denken dat als iedereen het druk heeft en volgeboekt, de boel wel goed draait. Maar dat is een hardnekkige illusie. Een organisatie waarin iedereen altijd volgeboekt is, is juist niet optimaal ingericht! Druk zijn is het is recept voor de foutengenerator multi-tasking, inflexibiliteit en verstoringen. LEAN, hoe waardevol ook voor onderdelen, zal zonder een overkoepelende visie juist averechts werken. En dat zien we helaas bij veel organisaties. Ze hebben de illusie optimaal te presteren, maar gooien resultaat weg.

Het echte probleem: geen focus op de bottleneck

Dit is de crux: een organisatie is zo sterk als haar zwakste schakel. Of je nu een bedrijf bent dat producten levert, een overheid die diensten verleent, of een school die onderwijs biedt – er is altijd één grootste bottleneck die de hele doorvoer bepaalt. Zonder die bottleneck aan te pakken hebben al de andere verbeteringen weinig of geen zin. Sterker nog, als je overal tegelijk snijdt, maak je die bottleneck vaak erger.

En toch negeren de meeste organisaties dit principe. Directies denken vaak dat werknemers zelf wel weten wat er verbeterd moet worden, of dat een verzameling losse verbeterprojecten vanzelf tot succes leidt. Maar zonder een duidelijke, continue verbeterstrategie blijf je hangen in middelmatigheid. Dit inzicht komt rechtstreeks uit de Theory of Constraints (TOC), gevonden door Eliyahu Goldratt. Hij liet zien dat complexe systemen eigenlijk verrassend simpel te managen zijn: alles draait om die ene beperkende factor.

Hoe het wél moet: focus on flow

Wat is dan de oplossing? Simpel, maar krachtig: richt al je aandacht op de grootste bottleneck. Dat ene punt in je organisatie dat de doorstroom het meest beperkt, moet prioriteit en focus krijgen. Management, resources, tijd – alles gaat daarnaartoe, totdat die bottleneck is opgelost. Daarna verschuift de focus pas naar de volgende beperking. En zo ga je verder, stap voor stap.

Dit heeft enorme voordelen. Ten eerste voorkom je dat je je resources versnippert over tientallen parallelle projecten die elkaar in de weg zitten. Achter elkaar werken betekent minder beslag op je mensen en middelen, én snellere resultaten. Ten tweede creëer je echte flow: een soepele, efficiënte doorstroom door de hele organisatie. En ten derde geef je als directie een heldere boodschap: we weten waar we naartoe willen, en we focussen op wat écht telt. Iedereen kan meedenken en weet wat er verwacht wordt.

Complexiteit is simpel

Organisaties lijken vaak hopeloos ingewikkeld: alles hangt met alles samen, en elke verandering heeft onverwachte gevolgen. Dat is zo. Maar juist die complexiteit maakt het simpel. Er is altijd één bottleneck die alles bepaalt. Vind die, verbeter die, en je tilt de hele organisatie naar een hoger niveau. Dankzij veertig jaar TOC weten we dat dit werkt – of je nu een fabriek runt, een gemeente bestuurt of een school leidt.

Lees verder »

Innovatie als ‘Waste’: wanneer innovatie meer kwaad dan goed doet

Innovatie wordt bejubeld als de heilige graal van groei en verbetering. Toch is innovatie zelden de zegen die het zou moeten zijn. Sterker nog, zonder een duidelijke richting of doel kan innovatie meer weg hebben van ‘waste’ – verspilling van tijd, middelen en energie.

De essentie van innovatie

Innovatie moet (doel)gericht zijn. Er zijn namelijk maar twee legitieme redenen om te innoveren:

  1. Robuustheid tegenover onzekerheden: Hierbij gaat het om het versterken van de organisatie tegen toekomstige, onvoorspelbare veranderingen die een bedreiging kunnen vormen voor haar bestaan. Dit vereist een grondige scenario-analyse, een methode waarbij verschillende mogelijke toekomstige situaties worden doordacht en waarop strategieën worden ontwikkeld. Zonder deze ‘scenario thinking’ ben je blind aan het schieten in het donker, hopend iets te raken.
  2. Vermogen om te leveren: Dit richt zich op het vermogen van de organisatie om snel en effectief te reageren op veranderingen in de aan- of afvoermarkt (verkoop). De Theory of Constraints (TOC) komt hier naar voren als de krachtigste methode om de ‘flow’ binnen een organisatie te verbeteren, bottlenecks te identificeren en weg te werken, waardoor de organisatie flexibeler wordt.

Innovatie zonder doel: Blok aan het been

Wat gebeurt er als innovatie zonder deze twee doelen plaatsvindt? Je creëert dan een situatie waarin:

  • Tijd en middelen verspild worden: Innovatie kost geld, tijd, en menselijke inzet. Wanneer deze niet bijdragen aan een van de genoemde doelen, wordt elke geïnvesteerde euro of minuut verspild. Maar erger is:
  • Focus verliest: Zonder een duidelijk doel versnippert de focus van het bedrijf. Teams kunnen aan allerlei projecten werken die uiteindelijk geen waarde toevoegen aan de organisatie. En nog erger:
  • Frustratie en desillusie: Werknemers die aan innovatie werken of die bezig zien zonder te begrijpen hoe hun werk de organisatie vooruit helpt, kunnen gedemotiveerd raken. Dit kan leiden tot een negatieve werkcultuur en hoger personeelsverloop.

Conclusie: Innovatie kan niet zonder doel en intentie

Innovatieprogramma’s moeten altijd beginnen met concrete doelen en kaders. Zonder Scenario thinking of TOC te hebben toegepast, ben je waarschijnlijk als een jager die blind in een bos schiet, hopend op een prooi. Die zijn succes afmeet aan de hoeveelheid schoten en daarbij verdedigt dat dat de kans verhoogt dat hij iets raakt. Maar in de realiteit betekent dit dat je waarschijnlijk niet alleen niets raakt, maar ook je ‘resources’ en ‘goodwill’ hebt verspilt net voor het moment dat je die het hardst nodig hebt.

Lees verder »

Verbazing over populariteit van LEAN

In Nederland is er een opmerkelijke fascinatie voor LEAN, een managementfilosofie die zijn wortels heeft in de Japanse Toyota Production System (TPS). Het werd ontworpen door Taiichi Ohno en richt zich op het elimineren van verspilling (‘waste’) om efficiëntie te maximaliseren. De implementatie van LEAN-principes in Nederlandse bedrijven heeft een significante impact gehad op efficiency en procesverbetering.

TOC in relatie met LEAN

The Theory of Constraints, TOC, ontwikkeld door Eliyahu Goldratt, richt zich op het identificeren en beheren van de beperkingen of knelpunten in een systeem om de doorstroom (‘flow’) te optimaliseren. Goldratt heeft in zijn werk “Standing on the Shoulders of Giants” erkend dat de fundamentele concepten en doorbraken van supply chain management door zowel Henry Ford als Taiichi Ohno zijn gelegd, waarbij TOC deze principes verder uitbreidt. Ohno zelf heeft eens gezegd dat als hij de inzichten van TOC eerder had gekend, dit hem tientallen jaren had kunnen besparen in de ontwikkeling van TPS.

De vraag rijst dan waarom TOC in Nederland minder bekend is dan LEAN, zeker gezien het feit dat Goldratt deeltijd in Nederland woonde en hier zijn grote seminars gaf. Hier zijn enkele mogelijke redenen:

  • Beschikbaarheid van consultants: Terwijl er een overvloed aan LEAN consultants, LEAN certificeringen en LEAN trainers met boeken is, zijn er relatief weinig specialisten in TOC. Dit kan de bekendheid en implementatie van TOC belemmeren. LEAN voldoet aan de ongeschreven managementregel “let them do it and blame them if it fails.”
  • Marketing en bekendheid: LEAN heeft een sterke merkherkenning. Het is veel besproken in managementliteratuur en heeft een sterke positie in het bedrijfsleven verkregen door jarenlange marketing en succesverhalen. LEAN voldoet aan de ongeschreven managementregel “nobody ever got fired for implementing LEAN.”
  • Complexiteit en perceptie: Hoewel TOC in veel opzichten eenvoudig is, kan de focus op het identificeren en managen van beperkingen als complexer worden gezien dan de meer directe benadering van waste-eliminatie in LEAN. LEAN voldoet aan de ongeschreven managementregel “don’t rock the boat!”

Verpakken van TOC in LEAN?

Kortom, het Nederlandse management is de ‘bottleneck’, want durft er niet aan. Er is evenwel een trend waar te nemen dat LEAN consultants elementen van TOC in hun methodologieën opnemen zonder deze expliciet als TOC te benoemen. Dit kan variëren van het gebruik van buffer management technieken tot de nadruk op doorstroom in plaats van alleen op waste. Deze hybride benaderingen erkennen vaak de waarde van beide systemen, waarbij de kracht van LEAN wordt gecombineerd met de strategische inzichten van TOC voor een holistische aanpak van procesverbetering.

Advies

Het succes van LEAN in Nederland is onmiskenbaar, maar de relatieve onbekendheid van het sterkere TOC geeft te denken. TOC biedt unieke benaderingen die vooraf moeten gaan aan en leidend zijn voor LEAN, vooral in situaties waar beperkingen in systemen een dominante rol spelen. Misschien wordt het tijd voor bedrijven om zich te realiseren dat “Standing on the Shoulders of Giants” betekent dat we de beste inzichten van #Ford, #Ohno en #Goldratt moeten integreren om doorbraken te bereiken.

Dus… lees het boek ‘The Goal’ van Goldratt, de absolute-must-read voor managers, of lees het opnieuw.

Lees verder »

Dit archief bevat momenteel (nog) geen inhoud.